
-The story of the weeping camel-
Regie en scenario: Byamabasuren Davaa, Luigi Falorni
Met: Janchiv Ayurzana, Chimed Ohin, Odgerel Ayusch e.a.
90 min. / Mongolië-Duitsland / 2003
Geheel toevallig stuitte ik vanmiddag op een hele bijzondere TVfilm of liever gezegd documentaire.
Het gaat over een kameel die een moeilijke bevalling meemaakt en daarna haar (witte=bijzonder) kalf verstoot en wat deze mensen allemaal doen om ze toch bij elkaar te krijgen. Er moet uiteindelijk een violist aan te pas komen om het jong weer met zijn moeder te verenigen. Denk nu niet aan een disneyachtige tranentrekker, nee dit is echt de wijze waarop deze mensen leven met hun dieren.
Er zijn nauwelijks dialogen wat maakt dat je echt even moet gaan zitten om je mee te laten voeren door de makers van deze film. Beter nog, je moet je eigenlijk overgeven aan alles want ik vond het een zeer indringend portret van deze nomadenfamilie ergens in de Gobiwoestijn, in Zuid Mongolië. Een hechte familie van kamelen- en schapenfokkers die in volslagen afzondering woont van wat we wel eens de “beschaafde wereld” durven noemen.
Tijdens het eerste stuk van de film stellen de regisseurs, zich tevreden met een eenvoudig beeld van een leven dat in het teken staat van de natuur: ouders en hun kinderen, de mens en zijn dieren. We krijgen lange, betekenisvolle shots van de oude handen van de grootmoeder die touw knoopt uit kamelenhaar. Van de grootvader die ’s ochtends het zand van de tenten veegt, wat later door de dochter overgenomen wordt. Van de manier waarop voedsel wordt bereid, de kinderen hun bad krijgen, de familie ’s avonds rond een vuur kruipt en gemoedelijk een sigaretje rookt, enzovoort...
Wat helemaal mooi is is het stuk dat de violist op één of andere manier het ritme en de emotie van de muziek op de kameel weet over te brengen zodat deze gaat huilen (de titel dus) en uiteindelijk het kalf weer bij zich laat drinken.
Dat concept van ouders en kinderen is erg krachtig: de families die we volgen, zijn van elkaar afhankelijk, ze zitten constant op elkaars lip in de enkele tenten die ze bewonen in hun barre thuisland. Grootouders, ouders en kinderen leiden één leven, met een intensiteit van samenzijn die wij ons hier nauwelijks of eigenlijk niet meer kunnen voorstellen. Wanneer ze dan zien hoe een dier haar jong verstoot, betekent dat een verstoring van de natuurlijk orde – zo hoort het niet, en het is van het allergrootste belang dat die verstoring zo snel mogelijk ongedaan wordt gemaakt. De nomaden leiden een leven dat wordt gedomineerd door de natuur, met een buitenwereld die zich steeds sterker aan hen opdringt: wanneer twee van de zonen van de familie naar de “grote stad” moeten reizen om een violist te vinden, maken ze voor het eerst kennis met de televisie, en ze zijn gefascineerd. Eens ze weer thuis zijn, vragen ze aan hun ouders of ze er ook één mogen hebben. ‘Waar is dat nu goed voor?,’ krijgen ze als antwoord, maar hoe lang zal het duren voor er zo’n ding staat?
Ik heb in elk geval genoten van de prachtige beelden, en de achtergrondgeluiden zoals een ziedende wind en het gejank van een achtergelaten kamelenjong.
Een heuse aanrader!